vrijdag 22 januari 2010

Schilderkunst in Mexico City (deel 3)

Nancy, een vriendin van Gabriela, haalt me vrijdagavond af aan de busterminal in Mexico City. We rijden wat rondjes in de hoofdstad totdat Gabriela, mijn gastvrouw, haar werk verlaat. We vergezellen haar naar een personeelsfeest ter ere van de eindejaarsfeesten, totdat ik scheel van de honger en slaap zie. Beide vriendinnen beslissen om me mee te nemen naar de wijk Coyoacán, waar we heerlijke quesadilla's eten (tortilla's gevuld met kaas en andere ingrediënten naar keuze). Dan stellen ze voor om naar Plaza Garibaldi te gaan om mariachi's te aanhoren - dat mocht ik zeker niet missen - en we eten birria, een soep met varkensvlees. De grote machinaal gemaakte tortilla's kunnen het niet opnemen tegen de Guatemalteekse kleine handgemaakte maïstortilla's, besef ik al gauw. Op weg naar huis, tegen 4u 's ochtends, passeren we de zócalo. Een ijspiste?! Ja, dat is de laatste mode, vertelt Gabriela me. En het heeft een succes van jewelste, je moet uren aanschuiven om een kwartier te kunnen ijsschaatsen. Hallelujah, hoe houden ze het ijs bevroren bij zo’n warm weer, vraag ik me af. Of beter: hoeveel geld kost dat niet.

Zaterdag bezoek ik de mooie, residentiële wijken San Angel en Coyoacán, waar kunst te rapen valt. In San Angel bevinden zich de studio's van Diego Rivera en Frida Kahlo, twee kleine gebouwen die met elkaar verbonden zijn door een loopbrug ter hoogte van het terras. Via deze loopbrug kon Frida vanuit haar blauwe studio haar man eten brengen en hem bezoeken in zijn rode studio; tezelfdertijd gaven ze elkaar genoeg vrijheid om tijd zonder elkaar door te brengen en naar lieve lust minnaars en minnaressen te ontvangen. Het museum bevat een aantal schilderwerken, prehispanische verzamelstukken en enorme poppen gemaakt uit papier-maché van Diego Rivera, alsook veel foto's van het koppel. In Coyoacán bevindt zich het familiehuis van Frida Kahlo, la casa azul (blauwe huis), waar ze later ook met Diego Rivera zou wonen. Heel treffend is het bed waar Frida na haar verkeersongeluk ettelijke uren schilderend doorbracht. Haar moeder plaatste een spiegel boven het bed, waardoor Frida zichzelf kon zien. Ook aan het uiteinde van het bed hangt een spiegel. Frida schilderde veel zelfportretten waarin haar slechte gezondheid naar boven komt. Door polio tijdens haar kinderjaren had ze een korter rechterbeen en mankte ze; door een verkeersaccident met de bus waarin ze zat, werd onder andere haar ruggengraat beschadigd. Ze zou er heel haar leven last van hebben en kon geen kinderen baren: ze had drie miskramen. Geen vrouw kon aangrijpender schilderen dan haar, vond Diego Rivera, haar pijn uitgebeeld in haar schilderijen grijpt iedereen naar de keel.

Die avond ben ik getuige van een posada: kinderen verkleed als Jozef en Maria, met een ezel op wieltjes, wandelen een aantal keer op en neer in de straat, gevolgd door zingende buurtbewoners met brandende kaarsen in de hand, tot aan het huis waar ze onderdak (posada) vragen. Met dit tafereel beelden ze de tocht van Jozef en Maria op weg naar Bethlehem uit. Nadien breekt het feest los: kinderen slaan piñatas stuk, eten zoetigheden, broodjes en warme fruitdrank (ponche). De week voor Kerstmis vinden er elke avond posada's plaats.

De volgende dag vertrek ik naar Cuernavaca, op een uur rijden van de hoofdstad, waar Gerardo zich in een seminarie klaarstoomt tot priester. Na een jaar bezinning weet hij nu dat hij 100% voor het celibaat wil gaan. Ik frons mijn wenkbrauwen, wens hem veel geluk en zeg dat zoiets niet voor iedereen is weggelegd. Twijfel je dan nooit? Niet meer, zegt hij. Bovendien zijn de mensen heel dankbaar omdat hij zijn leven in het teken van God stelt: ze geven hem kleding cadeau, eten… hij verdient namelijk niets en dat tijdens de volledige opleiding van een tiental jaar. Ah, je moet dus uit een gegoed gezin komen om priester te worden? Niet altijd, zegt Gerardo, het seminarie geeft soms ook beurzen. Hij heeft een beschermvrouw die zijn inschrijvingsgeld betaalt. Het enige nadeel, vindt Gerardo, is dat het seminarie weinig aandacht schenkt aan gevoelens, persoonlijke vraagstukken en verleidingen. Hij voelt zich vaak alleen. Hoe reageer je bijvoorbeeld als je je aangetrokken voelt tot een vrouw? Je blijft al bij al een man. "Ze praten alleen maar over theorie", klaagt Gerardo. Ik krijg in elk geval kwade blikken van de andere seminaristen wanneer Gerardo me aan hen voorstelt: hij heeft me leren kennen voordat hij voor het celibaat koos, toen hij nog in schaars geklede pluimen op het folklorefestival van Schoten danste…

Gerardo neemt me mee naar het dorpje Hueyapán, op de flank van de vulkaan Popocatapétl, waarvan de krater onzichtbaar is in de dichte mist. In dat dorpje heeft Gerardo een deel van zijn bezinning doorgebracht en een parochiale jongerengroep gevormd. De jongeren hebben een pastorela in elkaar gestoken, een komisch theaterstuk die de geboorte van Jezus uitbeeldt. Net zoals de posada's, vinden er voor Kerstmis overal pastorela's plaats. Het is een feestelijke gebeurtenis: er worden tamales (in bladeren gewikkeld maïsdeeg met kip of varkensvlees, saus en chilipepers vanbinnen), koffie, atol (warme rijstdrank) en snoep uitgedeeld. Wat ik me vooral herinner aan die avond is de koude, ijzige wind die door merg en been snijdt. Ik had een dunne fleece aan en heb nog nooit zo hard aan een muts, wanten en winterjas gedacht. Mijn gezicht zou nog dagen rood zien van de koude. 's Nachts slapen we onder vier dekens, met al onze kleren aan.

Maandag ga ik met Gerardo naar Tepoztlán, waar we ruïnes bezoeken op de top van een berg. Het is een stevige klim van een uur, het prachtig uitzicht loont. Moe maar voldaan vergezelt Gerardo me op de terugweg naar de hoofdstad, hij gaat een aantal weken doorbrengen bij zijn vader. Ik neem afscheid van hem en zijn zus Gabriela, want ik verhuis naar het appartement van Laura en Ricardo, een leuk koppel dat ik drie jaar geleden heb leren kennen tijdens mijn reis doorheen Chiapas. Ricardo heeft Japanse roots door zijn vader en werkt op een verzekeringsbureau; Laura is psychologe. Ze komen juist terug van een weekje vakantie in Mérida.

Op dinsdag 22 december trekken Laura en ik het stad in, Ricardo moet werken. We bezoeken het Museo Dolores Olmedo, dat de meeste werken van Diego Rivera en Frida Kahlo herbergt. Dolores Olmedo was een rijke dame en bevriend met het koppel, ze kocht en kreeg veel schilderijen van hen. Ik ben aangenaam verrast door de verschillende stijlen van Rivera's kunst: van portretten, naakte modellen en abstract kubisme tot Russisch geïnspireerde kunst. Nadien bezoeken we het Museo Anahuacalli: het gebouw werd ontworpen door Diego Rivera, geïnspireerd door de architectuur van prehispanische tempels, om zijn enorme privéverzameling prehispanische voorwerpen tentoon te stellen aan het Mexicaanse volk. Mijn blik valt op een aantal stenen poppen met beweegbare armen en benen, het is de eerste keer dat ik zo'n speelgoed zie uit die periode. 's Avonds vliegen we in taco's en Mexicaanse dranken, zoals tequila, Moctezuma-bier en een drankje op basis van honing en anijs uit de Yucatán-regio. We vallen als een brok in slaap.

0 reacties:

Een reactie plaatsen