
De dood, iedereen wordt er wel eens mee geconfronteerd. Ik was een tiener toen mijn grootmoeder, de moeder van mijn vader, stierf. Ik was er dagen niet goed van. Ze was deels verlamd en een fikse griep was haar fataal geworden. Ik herinner me nog dat ik door al mijn emotie een kort gedichtje schreef, dat achteraan de overlijdenskaart verscheen. Een aantal maanden geleden droomde ik over haar, haar gezicht kwam me zo vertrouwd en zo scherp voor. Ik werd verschrikt wakker. Hoe kwam het dat ik na al die tijd over haar droomde, ze kwam immers gedurende tien jaar niet meer zo duidelijk in mijn dromen voor. Was het een teken van een nabije dood? Zou iemand uit mijn dierbare omgeving sterven?
2010 was nog niet goed begonnen of een onheilsspellend bericht viel binnen in mijn mailbox. Ik zat in Eva's, een bar in het stadje San Ignacio in Belize, met een kop koffie in de hand. Moussa is overleden. Ik herlas het bericht meermaals om me ervan te vergewissen dat mijn ogen me niet bedrogen. Ik zette de kop koffie neer, mijn handen begonnen te trillen, mijn ogen vulden zich met tranen. Ik had zin om te schreeuwen, in iemand zijn of haar troostende armen te vallen… maar ik was alleen, geen vrienden of familie om me heen. Al bevend nam ik mijn spullen en liep naar de dichtstbijzijnde telefooncel, de dochter van Maurice had me opgedragen zo vlug mogelijk naar haar vader in Senegal te bellen. De wereld om me heen leek in te storten, ik voelde me meer dan ooit een vreemde. Wat is er gebeurd, was het eerste wat ik aan Maurice vroeg. Moussa is op 17 december gestorven in Mali, hij was ziek. Ik wist dat hij ziek was, sinds oktober belde ik regelmatig met Moussa en ik heb hem twee keer geld opgestuurd. De eerste keer voor analyses, die uitwezen dat hij hepatitis B had, de tweede keer om medicatie te kopen. Want, zo verzekerde Moussa me, de dokter had gezegd dat hij er op tijd bijwas en dat hij zich kon herstellen. Dat was de belangrijkste informatie: Moussa zou er bovenop komen. Ik was gerust en vertrok zonder zorgen op verlof. Twee weken nadien zou hij overlijden, terwijl ik lag te slapen in Oaxaca, Mexico, na een drukke dag van toeristische uitstapjes. Maar dat kan toch niet, zei ik tegen Maurice, de dokter zei dat hij zou genezen. De dokter heeft gelogen, zo bleek, Moussa had leverkanker en het stond vast dat hij niet meer lang te leven had. Het was veeleer toeval dat een neef de telefoon van Moussa oppakte en het droevige nieuws vertelde aan Lamine, die vervolgens het nieuws aan Joep, de werkgever van Maurice, bekend maakte. Moussa was toen al een aantal weken dood en al lang begraven.
Ik bleef met vele vragen zitten en vanaf het moment dat ik terug in Guatemala zat, belde ik Maurice nog een aantal keer op, alsook de neef die het overlijden van Moussa van nabij had meegemaakt. Maurice begreep mijn bezorgdheid niet, voor hem was de dood normaal, als Afrikaan word je er continu mee geconfronteerd, ik moest het maar vlug verwerken, was zijn gouden raad. Ik geraakte nog meer geïsoleerd met mijn verdriet, want ook de raad van Guatemalteekse en Belizaanse vrienden - of beter gezegd het gebrek aan geruststellende woorden - kon mijn verdriet niet sussen. Een Belizaanse vriend schoot in de lach wanneer ik zei dat ik heel slecht nieuws had, dat een vriend gestorven was. "Dat is hier dagdagelijkse kost", reageerde hij. Ik verschoot van zijn reactie, wond me op en wou het er met hem niet meer over hebben. Hij kon mijn verdriet niet inschatten. Ik probeerde het later op de dag nog een keer, zei tegen Carlos dat ik een heel goede vriend verloren had. "Hij was een goede vriend?" Dat waren de enige woorden die hij eraan vuil maakte, hij stapte op om een ander pint te gaan halen. Wanneer ik die nacht naar de heldere sterrenhemel keek, dacht ik aan Moussa. Eén wereld, één sterrenhemel, verschillende continenten, verschillende kansen. Ik werd ingeënt tegen hepatitis B voordat ik buiten Europa begon te reizen, Moussa heeft zoals iedere Afrikaan nooit zo'n inenting gehad. Ik wierp me die avond in Belizaanse rum en deed geen oog dicht, met het gehuil van howler monkeys op de achtergrond.
Ik voelde me alleen en zocht een manier om mijn leed alleen te verwerken. Ik kon me niet concentreren op het werk, ik huilde avonden aan een stuk, ik schreef verschillende teksten tussen mijn tranen door. Ik maakte een reportage van foto's en videomateriaal ter ere van Moussa en een overlijdenskaart. Schrijven is altijd een goede manier geweest voor me om pijn te verwerken, dat bleek al bij het overlijden van mijn bomma. Ook Moussa had recht op een gedicht, het vloeide spontaan uit mijn pen. Hij was mijn beste vriend, hij ving me op toen ik in Senegal woonde en werkte, we waren als twee handen op één buik. En nu is hij er niet meer… hij leeft alleen voort in mijn herinneringen.
Bekijk de videoreportage over Moussa:
Beluister het instrumentaal lied dat ik naar aanleiding van zijn overlijden gecomponeerd heb, "Exit Moussa":
0 reacties:
Een reactie plaatsen