donderdag 3 juni 2010

Agatha richt ravage aan in Guatemala

De tropische storm Agatha heeft Guatemala dagenlang overspoeld met hevige regenbuien. De ravage is enorm: modderstromen, vernielde huizen en oogsten, tientallen vermisten en meer dan 100 doden. Vooral in de afgelegen dorpen is de schade het grootst, maar blijft de hulptoevoer miniem.

Op zondag 30 mei kreeg ik een e-mail van een collega van CONIC:

"Beste vrienden, 36 uren van hevige regenval waren voldoende om schade aan te richten in verschillende departementen. Ik heb onder andere vernomen dat een modderstroom in mijn geboortedorp San Pedro La Laguna meer dan 40 families heeft getroffen. Ik heb hierbij ook mijn ouderlijk huis verloren, het bestaat nu niet meer. Het materiële zal met de tijd wel hersteld kunnen worden. Gelukkig heeft de bevolking zich georganiseerd en slaagden ze erin om vele dorpelingen te redden, waaronder ook mijn familie. Maar er is een kind vermist. We zetten de zoektocht en evacuatie voort, op dit moment probeer ik een boot te nemen van Panajachel naar San Pedro. Collega’s hebben ons gebeld vanuit Champerico, Retalhuleu, Suchitepéquez, San Marcos, San Lucas Tolimán, San Andrés Semetabaj, San Marcos La Laguna, San Antonio en Santa Catarina, waar Agatha ook verwoesting heeft gezaaid. Ik hoop dat de komende dagen de wegen weer toegankelijk zullen zijn, zodat we voedsel naar de getroffen gebieden kunnen brengen en het elektriciteitsnet hersteld kan worden.”

Ik belde Oscar even later op. Hij was toen al aangekomen in San Pedro, een anders zo idyllisch dorpje aan de oevers van het Lago de Atitlán. “De boottocht verliep moeizaam, heel het meer ligt vol afval”, vertelde hij me. Hij stond op de plek waar vroeger zijn ouderlijk huis stond. De hevige regenval die ononderbroken van donderdag tot zondag was gevallen, heeft een modderstroom van zo’n vijf kilometer lang veroorzaakt. De modder is als een bulderende rivier van de nabijgelegen vulkaan afgelopen, recht in het meer, en heeft ieder huis op zijn weg meegenomen. Volgens Oscar was de stroom zeker een halve kilometer breed. “Weet je nog waar we gebarbecued hebben met Pasen vorig jaar?”, vroeg hij me. “De tuin, de groenten, de hut, het huis… alles is weg. Er ligt enkel nog modder”, zucht hij. Volgens CONIC hebben vandaag de dag honderden dorpen schade opgelopen, maar hebben ze nog steeds geen hulp ontvangen van de overheid. Het is slechts van 2005 geleden dat de storm Stan enorme ravage aanrichtte in Guatemala. De geschiedenis lijkt zich te herhalen…

maandag 22 maart 2010

Eerste aanpassingen in België

Sinds een aantal dagen ben ik terug in België. Het weer valt goed mee, ik heb het niet al te koud. Aangekomen in Zaventem schoof ik het autoraam al naar beneden, ik had nood aan frisse lucht. Mijn vader vroeg al direct om het raam terug naar boven te schuiven, te veel lawaai op de autostrade. Voor hem dan toch. Ik was niets anders gewoon. En de autodeur, die sloeg ik met volle kracht toe. Dat was ook niet nodig, de auto is nog in goede staat. Anders dan de scharminkels op de Guatemalteekse wegen.

Het eten is lekker, anders dan altijd dezelfde bonen en maïspannenkoeken. De eerste dagen snelde ik met een opgeblazen buik naar het toilet. Mijn hand reikte al naar de vuilbak om het gebruikte wc-papier weg te gooien. Ik besefte echter op tijd dat het hier wél in de wc doorgespoeld kan worden. De reflex is er nog altijd niet uit.

De eerste dagen heb ik mijn kamer opgeruimd, ik wist niet meer goed waar alles stond, dat moest ik eerst uitvissen vooraleer ik nieuwe spullen kwijt kon. Voor ik vertrok heb ik kilo's souvenirs gekregen van Guatemalteekse vrienden en collega's, ik had een grote zak mee als handbagage (naast mijn gitaar en handtas) - dat vond de douane in elke luchthaven verdacht, zodat die altijd open moest - en mijn reiszak woog vijf kilo teveel, maar ik heb eens lief gelachen en dan mocht die in het ruim.

Het uurverschil is er nog niet uit, ik kruip laat in mijn bed en sta laat op. Na de eerste aanpassingen en het weerzien met 'Jan en alleman', begin ik langzaamaan met mijn zoektocht naar nieuw werk, in België. Het hoofdstuk Guatemala is afgesloten, nu begint er een nieuw hoofdstuk België...

woensdag 17 maart 2010

CONIC evalueert mijn inzet

Met het oog op mijn vertrek, moest het ooit eens zover komen: ik werd in februari een agendapunt op de maandelijkse bestuursvergadering van de partnerorganisatie. Waarover ze allemaal juist gediscussieerd hebben blijft een raadsel, maar volgens mijn coach waren de discussies bij momenten hevig, vooral wanneer ze het over mijn eerste driemaandelijkse activiteitenrapport hadden, waarin ik een hoop aanbevelingen en constructieve kritiek heb geformuleerd. CONIC heeft nooit feedback gegeven over dat beruchte rapport, maar het deed me toch plezier dat het ter discussie stond. Kritiek is nooit eenvoudig om te aanvaarden, maar het kan veranderingen teweeg brengen en zo ook initiatieven van andere, meer veranderingsgezinde, collega’s ondersteunen. Voor mijn huidige coach bood het althans een kans om het communicatiebeleid van CONIC op te waarderen. En om ervoor te zorgen dat mijn werk van het afgelopen jaar niet verloren zou gaan, besliste de bestuursraad om een nieuwe communicatiemedewerker te ronselen die als hoofdtaak heeft de website te onderhouden. Ik heb de volledige selectieprocedure nog kunnen organiseren voor mijn vertrek zodat ik er zeker van was dat iemand met de juiste capaciteiten aan de slag zou gaan. “Het wordt tijd dat kwaliteit de bovenhand haalt”, vindt ook mijn coach. Er wordt gewoonlijk te veel aan vriendjespolitiek gedaan en de kwaliteit van nieuwe collega’s komt pas op de tweede plaats. CONIC verschoot dan ook van de uitgebreide selectieprocedure die ik organiseerde: van de officiële lancering van de vacature, de selectie op basis van CV’s en motivatiebrieven, tot de schriftelijke proef en het gesprek. “Dit is nog nooit gebeurd in CONIC”, wist mijn coach te vertellen.

De bestuursraad kwam tot de conclusie dat ik mijn taken vervuld heb, zoals overeengekomen aan het begin van mijn inzet, ondanks het gebrek aan “humane capaciteiten” vanwege hun kant. Enerzijds heb ik dus gedaan wat van mij verwacht werd en heb ik ferm mijn plan getrokken. Anderzijds erkende de bestuursraad dat ze mij aan mijn lot heeft overgelaten en dat ze dus op sociaal of menselijk vlak tekort heeft geschoten. Het is inderdaad fijn dat de grote bazen zelf tot dat inzicht zijn gekomen, maar ondertussen is het jaar wel om. En het was ook voor hen duidelijk een leerproces. Laten we hopen dat deze progressieve en kwaliteitsvolle evolutie zich voortzet in mijn afwezigheid. Want, zoals de directeur van CONIC zegt, de organisatie heeft een eigen dynamiek, waar flexibiliteit en kwantiteit boven planning en kwaliteit staan. Resultaten worden projectmatig en op korte termijn gerealiseerd, er wordt vaak niet gedacht aan langetermijndoelstellingen en kwalitatief werk. Wat dan ook leidt tot werkoverlast en frustratie bij de lokale gemeenschappen.

De directeur en mijn naaste collega’s hebben me op mijn laatste werkdag in de bloemetjes gezet, ik kreeg er een krop van in de keel. Ook een strijdlied van CONIC mocht niet ontbreken. Ik trakteerde alle collega’s op taart, wat de gewoonte is in Guatemala wanneer iemand de werkvloer voorgoed verlaat. De bestuursraad nodigde me uit op een lekker etentje. Natuurlijk was mijn eerste coach nergens te bespeuren, hij kwam niet op het diner opdagen, noch had hij een dankwoordje voor me, hoe klein dan ook. Bij hem ontbreken er zeker “humane capaciteiten”. Mijn tweede coach, Cesar, kreeg tranen in de ogen wanneer hij me uitwuifde aan de luchthaven.

Liefde... of toch niet?

Liefde, het is een bron van inspiratie. Voor menig schrijver, dichter of muzikant. Voor iedereen. Liefde is universeel, we zouden het kunnen bestempelen als een taal van verbale en non-verbale handelingen die iedereen op aarde hanteert. Maar het is ook een bron van onzekerheid, want de taal van de liefde heeft niet overal hetzelfde jargon: woorden hebben een andere betekenis of handelingen worden anders of zelfs niet geïnterpreteerd. Het leidt vaak tot slechte communicatie en dus onbegrip.

Senegal: je t’aime

In Senegal werd ik er al mee geconfronteerd: onbekende mannen verklaarden me pardoes hun liefde. Op straat, in mijn bureau, je kon het zo gek nog niet bedenken. Ik stond als aan de grond genageld. En dan werd ik kwaad. Hoe kregen ze het in hun hoofd om zomaar “Je t’aime” tegen me te zeggen? Ik kende hen van haar noch pluim! Al gauw werd duidelijk dat “houden van” vertaald moest worden als “leuk vinden”. En de echte liefde dan? Je moet eerst met elkaar in bed duiken, dan spreken Senegalezen pas van verliefdheid. Onverbloemd wil “Je t’aime” dan ook zeggen: “Ik wil (met) je (naar bed)”! (Lees hier meer over het Senegalese liefdesspel)

Guatemala: me gustas

In Guatemala gaat het er wat subtieler aan toe. De man heeft de touwtjes in handen. O wee als je als vrouw nog maar durft een man te veroveren… je verloopt je kans voor altijd. En dan mag de jeugd van tegenwoordig die in de hoofdstad woont wel minder machistisch zijn dan de oudere generatie op het platteland, machismo schuilt vaak in kleine details, zoals het versieringsritueel. Een man kan een vrouw op één twee drie versieren, maar dan wordt ze afgedaan als ‘te gemakkelijk’. Er moet een strijd aan voorafgaan, een ‘jacht’. “Als vrouw zit er niets anders op dan te wachten totdat de man naar jou komt”, vertelde een balletdanseres me eens. Hoe saai! Ze zouden de vrouwen in België eens aan het werk moeten zien. Bij verlegen mannen moet de vrouw wel uit haar schelp komen, of er gebeurt helemaal niets. In Guatemala is het de man die de eerste stap zet, die begint met lieve woordjes en strelingen, die je de volgende dag opbelt en de dagen nadien. Het is ook de man die de vrouw trakteert - toch één voordeel van het machismo voor de vrouw. Mannen houden er vaak een financiële kater aan over… De ijdelheid van mannen wordt gestreeld wanneer een vrouw hen overlaadt met woorden als amor, mi vida, corazón… succes gegarandeerd! Maar dat zal hen er niet van weerhouden om ook op andere vrouwen te jagen en er meerdere lieven op na te houden.

De Centraal-Amerikaanse jongens spreken vandaag de dag zelfs niet meer over hun ‘lief’, hoewel ze met elkaar vrijen, in het openbaar kussen en elkaars hand vasthouden. Ze zijn ongebonden, vrij om te doen wat ze willen met wie, zonder dat hun ‘lief’ hen ter verantwoording roept. Want het is hun lief niet. Het is een vriendin. En de meisjes hebben dat te nemen of te laten. Een alternatief is moeilijk te vinden en dus blijven vrijgevochten vrouwen liever vrijgezel. Als je kriebels in de buik voelt, mag je ook niet spreken van verliefdheid. Oh nee, dat is “elkaar tof vinden”. Verliefdheid komt pas helemaal op het laatste, wanneer je al maanden of jaren een relatie hebt. Als je je gevoelens letterlijk vertaalt, kom je dus in de problemen. Dan plast de man in zijn broek van schrik en verdwijnt hij met de noorderzon. Verliefd zijn zoals ik dat sinds mijn jeugd ken - vlinders in de buik - is niet hetzelfde als “enamorado/a”, maar wel “gustar”. Je moet het maar weten. Guatemalteken lopen niet te hard van stapel, verliefdheid is een groot en compromitterend woord.

“De vrouw houdt het machismo in stand”, zeggen velen. Ze hebben niet ongelijk. Moeders leren hun kinderen het machismo aan. Ze geven de jongens een voorkeurbehandeling, terwijl de meisjes vaak hun plan moeten trekken en meehelpen in het huishouden. Ze laten hun kinderen zien hoe gedwee ze als vrouw zijn tegenover hun echtgenoot. Zo vader zo zoon, zo moeder zo dochter. Het wordt met de paplepel ingegeven. En zolang de vrouw springt voor haar man, zal de man altijd een beroep blijven doen op haar diensten. Gelukkig verschijnen er steeds meer vrijgevochten vrouwen op het toneel en minder machistische mannen. Maar de weg is nog lang. Want ook al zijn veel vrouwen in Centraal-Amerika economisch onafhankelijk, ze verwachten nog altijd dat de man veel geld aan hen spendeert en dus een mate van macht behoudt.

Vriendschap op Guatemalteeks uur

Ook vriendschap is een flexibel begrip. Volgens Guatemalteken ligt dat aan de ‘informaliteit’ van hun cultuur. Je agenda mag dan nog vol afspraken staan, de kans is groot dat meer dan de helft niet doorgaat. Veel voorkomende situaties, die ik aan den lijve ondervonden heb:

1) Jij staat op de plaats van afspraak, op het uur dat jullie hebben afgesproken, en er komt niemand opdagen. Je ontvangt zelfs geen annulatie per e-mail of telefoon, laat staan een verontschuldiging achteraf.

2) Je belt een kwartier vóór de afspraak om te vragen of ze nog altijd doorgaat. Indien niet, verplaats jij je niet. Indien wel, vraag je waar de andere persoon zich bevindt en of hij/zij al onderweg is. Dring aan. Vaak zeggen ze al onderweg te zijn, maar bevinden ze zich nog thuis (omgevingsgeluid is een belangrijke indicatie). Zo kan jij de tijd berekenen en sta je niet te lang met je vingers te draaien op de plaats van afspraak. Je staat beter nog een half uur voor de spiegel, zodat je zeker niet de eerste bent om aan te komen.

3) Je wacht tot de andere persoon je belt om te vragen waar je uithangt omdat jullie “toch al lang hadden afgesproken”. Zo kan jij nog wat langer in de zetel blijven zitten en schiet je in actie wanneer je vriend of vriendin je belt. Bij aankomst wuif je je vertraging weg als gevolg van het “Guatemalteekse uur” (d.w.z. dat Guatemalteken de gewoonte hebben om te laat te komen en
zodoende een “Guatemalteeks uur” hanteren). Zo heb je je voldoende verantwoord.

Guatemalteken zullen dan ook nooit ‘nee’ zeggen. Ze zeggen liever ‘ja’, ook al weten ze dat ze toch niet komen opdagen. Ook als ze de weg niet kennen zullen ze je altijd een uitgebreide wegbeschrijving geven. Je moet dus verschillende keren de weg vragen (aan andere personen) om er zeker van te zijn dat je de juiste weg opgaat. Een gewaarschuwd persoon is er twee waard!